De verkiezing van een president van Rusland is een beangstigende vertoning geworden, die een bespotting vormde van het woord democratie dat er door de machthebbers in het land steeds voor gebruikt werd. Een oude, niet meer echt serieus te nemen president schoof om de paar maanden een mannetje naar voren als leider van de regering, om hem vervolgens op dezelfde onnaspeurbare gronden waarop hij was uitverkoren, weer in de duistere schaduwen van de Russische politiek terug te sturen. Tenslotte werd dan een totaal onbekende man aan het hoofd van de natie gezet, die noch een programma, noch een politiek gezicht had – maar die in elk geval aan één vereiste voldeed: hij werd door de strijdkrachten met graagte geaccepteerd.
Tsjetsjenië – en de oorlog gaat voort
Poetin was de laatste kandidaat die Jeltsin uit zijn mouw schudde en ‘s mans eerste en enige duidelijke beleidsdaad was, met vuur de opnieuw begonnen oorlog in Tsjetsjenië te voeren.
Een niet aflatende stroom soldaten werd naar het Kaukasische republiekje gestuurd met de enige opdracht om zonder pardon en zonder terughoudendheid de opstandige beweging uit te roeien – desnoods tot aan de laatste bewoner van het land toe.
Dat is ten minste wat we hebben zien gebeuren.
Een aantal explosies in Moskou en andere steden, waarvan nog nooit een dader gevat en getoond is, werd door de door militairen en het Kremlin beheerste media ogenblikkelijk aan Tsjetsjeense daders toegeschreven - hoewel tot vandaag de dag geen enkel bewijs daarvoor getoond is.
In een adem werden deze veronderstelde Tsjetsjeense daders vereenzelvigd met de bestuurders van de kleine republiek, met de daar zeer sterke zelfstandigheidsbeweging en met de daarin overheersende Islam.
En zo geschiedde het dat de Russische legers opnieuw Tsjetsjenië binnen trokken, terwijl de nieuwe presidentskandidaat zich regelmatig in hun midden liet zien en dan sprak over "bandieten, moordenaars, Islamitische terroristen "en meer van dat soort fijnzinnige en voorname taal.
De opmars van de dood
Maandenlang hebben we ook mogen zien wat het resultaat was.
Eerst zou men alleen een soort veiligheidscordon leggen, de hoofdstad Grozny zou niet bezet worden, het ging er om de "terroristen" de weg uit de Kaukasus te versperren. Korte tijd daarna vernamen we dat dat doel bereikt was, maar er moesten nu enkele stappen worden gezet om te zorgen dat Grozny in de pas liep.
Dat Grozny, is nu een morsdode stad, een onoverzienbare ruïne waar werkelijk geen huis meer overeind staat. De gevechten duurden er maanden, maar ten slotte werd dan toch triomfantelijk medegedeeld dat alle verzet in de stad dood was.
Totdat…opnieuw berichten binnenkwamen over hevige gevechten en Russische soldaten die tussen de puinhopen in hinderlagen waren gelopen.
Ondertussen moest de wereld en moest vooral het Russische volk geloven dat het nu echt nog een kwestie van zeer korte tijd zou zijn, en heel Tsjetsjenië was terroristenvrij.
En wederom hetzelfde: Met man en macht trok het leger de zuidelijke gebergten van het land in, vernietigde dorpen en gehuchten die als nesten van verzet werden aangeduid. Er werden Tsjetsjeense bevelhebbers gedood – maar steeds opnieuw bleek de strijd op te laaien.
Mannetjesputter
En tussen alle "overwinningen" door werd het bed gespreid voor het presidentschap van Poetin. De hele publiciteit werd daarop gericht; anderen kregen geen of nauwelijks ruimte, de bestaande volksvertegenwoordiging plaatste zich in grote meerderheid achter het regiem. Om te bevatten wat voor een mannetjesputter Rusland nu leidde, kregen de bewoners van het ongelukkige land op de TV een judoënde president te zien, die demonstreerde hoe keurig je kon vechten. Als die Tsjetsenen het nu eens zo zouden willen doen…
Op het moment dat deze notitie geschreven wordt, einde maart, is het vechten nog steeds in gang. Mensen zitten opgehoopt, in de kou, in kampen of scharrelen nog zo’n beetje tussen de ruines van hun woonplaatsen, soldaten trekken door sneeuw en modder om de " Islamitische terroristische bandieten" te verslaan.
Alsof de Russen uit de eigen ervaring van de tweede wereldoorlog niet weten hoe onuitroeibaar guerrillabewegingen zijn als die gebaseerd zijn op een overtuiging. Hun eigen ondergrondse heeft toen divisies en nog eens divisies Duitsers de handen gebonden.
Het Kremlin en de generaals, die misschien wel jaloers zijn op hun voorgangers die in die tweede wereldoorlog de troepen leidden, gaan blindelings door met het vernietigen van mensen en van land.
En de "westerse democratieën"- ja, die mopperen een beetje. Spreken er schande van, besluiten een commissie van waarnemers te sturen en doen niets als die waarnemers inderdaad vreselijke oorlogsgebeurtenissen waarnemen.
Je zou toch zeggen dat er voldoende mensen moeten zijn, voldoende krachten in en buiten Rusland, die het inzicht kunnen uitdragen dat er niets, helemaal niets goeds kan voortvloeien uit deze vernietigings-operatie.
Niet de houwdegens en regeringen van de NAVO-staten in de eerste plaats. Die hebben zelf in Kosovo het voorbeeld gegeven hoe je met alles overdonderend geweld moet proberen een politiek conflict op te lossen tussen een superieure militaire macht en een obstinate minderheid.
Niet daar kan men het verlossende woord vandaan verwachten. Daar zit men eerder na te denken over de aankondiging van Poetin, dat Rusland eigenlijk tot de NAVO zou moeten worden toegelaten.
Waarschijnlijk denkt men er: Ja, waarom niet eigenlijk?
Marcus Bakker